Lettergrootte: A A A

Het jaar van de hond

Een klein woordje uitleg

Ter gelegenheid van de Vernissage in DeCeder in Deinze werd volgende tekst voorgedragen. Gekend door diegenen die erbij waren. Het verhaal vertelt de escapades van onze hond Elmo, - een Cavalier King Charles - die ook geschilderd werd door mij en aan de muur hing, naast een brandblusapparaat. Elmo verliet in het verhaal de omlijsting van zijn schilderij en ging op “verkenning” naar zijn buren, en… maar leest U vooral zélf verder!

U kan het document ook downloaden: Het jaar van de hond

HET JAAR VAN DE HOND

Cavalier King Charles, Elmo, vond het maar niks.

Zo helemaal alleen tegen die muur daar vlakbij de ingang. O ja er hing wel zo een rood blozend brandblusapparaat in zijn buurt, maar dat zei geen gebenedijd woord. Wat had je nu aan zo een ding als buur aan de muur als er nergens een vuurtje brandde?

Hoogstwaarschijnlijk hadden ze hem daar een plaatsje gegeven omdat mensen nu eenmaal vinden dat hondjes tenslotte wakers zijn en aan een ingang thuishoren. Voor de rest moesten ze zich koest houden en zwijgen. Hij was eerst van plan om nog wat meer onfraais over het mensenras te mopperen, maar bedacht zich. Het schilderijtje dat de barones-schilderes van dienst van hem gemaakt had, was bijna perfect. Heel natuurgetrouw, met dat zwarte neusje en die donkerbruine oogjes. En dan die lange flaporen. Echt snoezig. En het waren vooral de mensvrouwen die zijn witbruine pels wilden strelen als was hij een echt mensmannetje.

Eigenlijk was de cavalier wel fier op zijn schilderijtje. Het was een statieportret. In olieverf nogwel. Nog uit de tijd dat cavaliers bereid gevonden werden om urenlang geduldig te poseren. De schildertechniek zelf had de barones van een Amerikaan, een zekere Jenkins, een nogal baardig geval die met zijn bloemschilderkunst - vooral klaprozen en rozen - een aardig boterhammeke had verdiend. Hij had zich zelfs een knappe Canadese vrouw moeten aanschaffen die ook een aardig potje kleuren kon. Kathwren. De barones had de Amerikaan in Duitsland ontmoet. “ Ich bin ein Berliner,” had hij haar vast verteld want de ontmoetingen gingen telkens in Berlijn door. Ze had van hem zelfs een heus attest gekregen om zelf schildersles te kunnen geven. Een getuigschrift as certified Art Teacher. Maar hij had er meteen aan toegevoegd dat ze hem niet te veel moest naapen. “Vanaf nu niet meer zo schools en braaf, je hebt heel hard gewerkt, maar nu ken je de knepen en de trucjes van het vak!” Hij had vermanend het vingertje opgestoken. “OK, flowers in the garden are beautiful, but probeer eens een stoute straatmadelief, er staan er hier genoeg langs de Kortrijkse steenweg op weg naar de Ceder. Vanaf nu moet het van uit je buik komen, sweetheart!” Er verscheen een lichtroze blos op de wangen van de barones, even schrok ze, maar toen dacht ze aan al haar cursisten en kreeg medelijden want ze kende dat ‘buikgevoel’ wel. Een en al chaos in de les en vooral op de doeken. En voor je het weet gaan ze bij Jan Hoet op visite en is het gedaan met techniek aanleren...

Elmo kreeg er zo stilaan genoeg van. Al drie dagen aan zo een muur hangen! Met alleen maar het bezoek van wat oudere, enthousiaste dames die steeds maar verliefder op jou worden. Nee, het was genoeg geweest. En bovendien was het gisteren superdruk. Dat was niets voor hem. Rondlopen wou hij. Het liefst in zijn eentje. Zonder pottenkijkers. Gewoon overal eens aan ruiken. En kennis maken met zijn nieuwe buren in de galerie. Aan paaltjes zou het hem hier ook niet ontbreken wanneer die vervelende behoefte hem weer eens parten zou spelen.

Toen cavalier Elmo eindelijk zijn pootjes netjes op de vloer van de benedenverdieping liet zakken, keek hij heel even schichtig om zich heen. Er viel geen kat te bespeuren, laat staan de een of andere erg behulpzame hoofdtechnieker of, in het slechtste geval, de directeur in hoogsteigen persoon. En ook de mannen van de VVPV waren niet te zien. De Vlaamse Vaste Planten Vereniging. Robert en Patrick. Eigenlijk hadden zij er voor gezorgd dat de barones hier kon exposeren. Misschien zaten ze nu in de kantine pinten te pakken in gezelschap van mijnheer de baron.

Cavalier Elmo twijfelde heel even. Een trekje dat hij van de baron geërfd had. Zou hij nu links dan wel rechts afslaan? Toen viel zijn ene oogje op die prachtige muur daar en weg was zijn twijfel. Hij verlangde zo naar de geur van de bloemen en wel drie minuten vol keek hij naar de roze en rode amarylissen en naar het boeketje witroze anjers en geelwitte margrieten. Van pure blijdschap begon hij zelfs zachtjes te keffen en met zijn staart te kwispelen. En zijn hartje begon zowaar sneller te kloppen alsof hij zich heel alleen op theevisite waande bij een adellijke dame en hij haar parfum van heel dichtbij ruiken kon. Een beetje beschaamd draait Elmo zijn kopje weg. Wat gaan zijn baasjes straks van hem denken? Zijn blik dwaalt naar de overkant en ziet nog net de gele roos met margrieten en seringen naast de lift hangen. Zijn muiltje staat halfopen van verbazing. “ Mijn madame is toch een knappe,hé, kijk daar die vogel alleen op een takje, ik zou er een gedicht kunnen bij bedenken, een donkergroene tuin met plots een gele en paarse roos omringd door heuse margrietjes..” Maar Elmo zou Elmo niet zijn, hij is nogal een valse minnaar en speelt duidelijk liever cavalier seule. Plots is hij weer vertrokken want hij moet nog bij vele nieuwe buren op bezoek en misschien krijgt hij zelfs een klontje suiker onderweg. Zijn te lange teennagels maken een schurend geluid op de vloertegels. Aan de twee papegaaien in het woud blijft hij nieuwsgierig staan. Het zijn nogal opgedirkte beesten, met fraai rood en blauwgekleurde veren. Ze hebben zich laten omringen door groene landschappen en twee blauwe en paarse Chinese rozen. Hibiscus. Elmo keft even want van al die pronte schoonheid heeft hij een droge keel gekregen. Elmo, Elmo, Elmootje, Elmootje. Cavalier King Charles verstaat er niets van, hij is hier toch helemaal alleen? Hij draait zich om en kijkt naar de overkant. Een witte zeearend kijkt hem dreigend aan. Elmo durft bijna niet op te kijken. Hij is per slot van rekening maar een hondje en met arenden weet je maar nooit. Maar de zonnebloem en de drie klaprozen op die vurige achtergrond stellen hem enigszins gerust. Hij keft nog eens om te laten zien dat hij niet bang is. “ Mijnheer de zeearend, jullie twee daar, ja jij en die andere witte daar, zijn toch wel een schot in de roos!” Geen antwoord. De arend wordt niet eens rood, hij en de roos blijven onveranderlijk wit.

Elmo trippelt nu langs de trap en snuffelt en snuffelt. Hij moet ook dringend, maar zijn pootje aan de trap opheffen, is er toch een beetje over. Hij probeert nog te genieten van al die kleine bloemen, de papaverbollen (de poppy’s), de roze amaryllis, alweer een zonnebloem, nog een amaryllis, zijn madame is er bezeten van. En aan de overkant oranje, roze en rode klaprozen, één zee van kleuren en geuren. Elmo raakt bewelmd en kan het haast niet meer houden. “Nog even volhouden, jongen, misschien is er op het bovenverdiep wel een verloren paal te vinden.” Gezwind, zoals alleen katten en hondjes dat kunnen, trippelt hij de trappen op. “ Waw, spiegels jongen, en nog heel decoratief beschilderd ook!” Elmo loopt van de ene spiegel naar de andere en vindt zichzelf wel interessant. Zijn madame, de barones, zou de techniek geleerd hebben van een zekere Donna, Donna Dewberry. One Stroke painting. Er is geen potje meer in hun veel te grote huis of het heeft er een versiering bij gekregen. Jammer dat de barones de stiel zo laat had geleerd, misschien had ze hem ook een paar extra versieringen kunnen gegeven, zodat hij er eens anders uitzag dan altijd maar datzelfde wit-bruin kleurtje. De mensen kennen dat op den duur. “ Kijk, een cavalier King Charles,” roepen ze dan. En dan weet je wat er gaat volgen. Knuffelen natuurlijk.

Via de spiegel heeft Elmo een zicht op de gehele bovenverdieping bijna, maar vooral op dat ene schilderij. De Haan Roberto in al zijn trotse roodgele schoonheid. Kukeleku! Allemaal rechtstaan en naar mij buigen! En, echt waar, lieve mensen, zelfs die andere witte zeearend alweer omringd door een fraai landschap en paarse, rode en gele hibiscussen, gehoorzamen hem. En aan de overkant roept het koppel papegaaien, ook omringd door een koppel rozen, een magnolia, een stokroos uit Burig en God-sta-me-bij een echte, antieke waterkan: “ Roberto, Roberto, Robertooken, Robertooken, kopie, kopie, Jenkins, Jenkins.” In de verste linkerhoek wordt niet gebogen. Buitenbeentjes. Allemaal acryl. Met uitzondering van de rozenboog. Maar ze aanvaarden hem. Buitenbeentjes zijn niet per definitie racistisch. En de grote schilder Magritte zou tevreden zijn. Het hoeven niet altijd magrieten te zijn. Aan de verste rechterhoek wordt wel gebogen voor die macho van een Roberto die een beetje neerbuigend doet ten opzichte van zijn buurvrouw, die haar roosje heel abstract weet te verbergen. Dat heb je met dat soort onderdanige vrouwen. Heel hun rozenleven een zachte lijdensweg: de roos met de seringen, de paarse rozen, de kleine roze, paarse en al grijze roos en zelfs het vogelwijfje in de rozenstruik voelt met hen mee. En Elmo ook een klein beetje want hij is geen echte macho en in normale omstandigheden houdt hij wel van vrouwen, maar nu is het toch wel echt dringend. “ Elmo, Elmo, Elmootje, Elmootje!” De blauwe klaproos die langs de traphal hangt, wil opkomen voor haar buren. “ We lonen ook de moeite hoor!” En ja, allemaal doen ze hun best om in de spiegels te verschijnen: De oranje poppy, de blauwe poppy’s, de klaproos met de sering, de drie klaprozen met de vlinder, in pastel nogwel, de gele en rode roos, de iris die zelfs langs de kant van de gracht stond, de twee lelies. En zelfs de blauwe vaas met de drie rozen laat zich horen.” Jammer, ik ben niet te koop, niet te koop, niet te koop….”

In twee hondesprongen is Elmo van de trap en rent recht naar de ingangsdeur. Als de eerste bezoekers zich aanmelden, kan hij nog net op de muur springen en zijn plaats terug innemen. Oef! Maar een paaltje heeft hij niet meer kunnen bereiken. De eerste druppels laat hij zachtjes over het schilderij lopen. Niemand zal het verschil meteen zien want ze kijken allemaal als gebiologeerd recht naar de witte zeearend aan de overkant. In de entree hoort hij plots gerinkel van glazen. De receptie waarschijnlijk. Ik ben eens benieuwd. Daar zal mijn baasje wel bij zijn, ik zal hem vragen om mij ongezien even uit te laten zodat ik het eerste het beste paaltje kan opzoeken. Over het schilderen zelf zullen de mensen hier ondertussen wel een boompje opzetten en wie weet vinden ze de werken van mijn bazin wel mooi. Zij is tenslotte een barones en ik, de enige échte cavalier King Charles, ELMO “THE FIRST”…

LIEVE MENSEN,
Nog een klein toemaatje,
Thomas Rubico is nu eenmaal een dichter en kan het niet laten: een Japanse tanka, rechtstreeks geplukt in mijn taaltuin van vandaag.

Boerderij

Rode papavers
in een helgeel korenveld,
de schilder droomt weg:
één meisje plukt de blaadjes,
stopt de kleuren in haar hart.
T.R.

Van harte opgedragen aan kunstenares Irène Wille, aan haar man Martin en aan zoon Koen en vriendin Stephanie

Deinze, DeCeder 15 januari 2010.

Thomas Rubico, tekst en voordracht Jos Genbrugge, gitaar en mondharmonica